Monday, 6 May 2013

Wegwerkzaamheden

Het menselijk brein is net een wegenkaart. Ons gedrag is in wezen niets anders dan het heen en weer vuren van neuronen langs een enorme hoeveelheid paden. Sommige daarvan zijn smalle landweggetjes met overal zijpaadjes die overal en nergens naartoe gaan, dat zijn die paadjes die we niet zo vaak gebruiken. Andere zijn bezaaid met wegversperringen en gaten, waardoor ze lastig begaanbaar zijn en je amper van A naar B komt in je brein. Weer anderen zijn zesbaans snelwegen, platgetreden paden en breed, helder in doel en ontwerp. Dat zijn de wegen die we het vaakst gebruiken. Sommige van die snelwegen zijn goed, omdat we ze dagelijks onderhouden door de dingen die we denken en doen, of dat nu tandenpoetsen is, fietsen of bezigheden voor ons werk. Sommigen zijn echter ook goed geplaveid en onderhouden maar we hoeven eigenlijk helemaal niet meer die kant op. Ze zijn dysfunctioneel, ze brengen ons ergens waar we niet willen zijn, een plek waar we ons slecht voelen. Toch lijkt het alsof we er niet meer vanaf kunnen als we er eenmaal op zijn, er zijn geen afritten, geen omleidingen mogelijk, we vliegen er volle gas over heen terwijl we ergens in ons achterhoofd (op een ander, kleiner weggetje waar we simultaan overheen gaan) dat we deze weg echt niet hadden moeten nemen. Het is het soort gedrag of denken dat ons niet helpt, het maakt ons niet gelukkig, in principe brengt het ons helemaal nergens. Omdat we, als we even gas terugnemen, beseffen dat we weer op een bekende doodlopende weg zitten. Eindigend op een stenen muur. Hoe dan ook is het resultaat dat we ons heel erg slecht voelen over onszelf zodra we bij de eindbestemming zijn aangekomen.
Maar wat doe je eraan? Het mooie is dat we permanent wegwerkzaamheden hebben in dat fantastische brein van ons. Er worden voortdurend nieuwe paden geplaveid, nieuwe afritten aangelegd, nieuwe bestemmingen toegevoegd. Maar hoe voorkomen we dan dat we telkens weer over onze eigenste snelweg naar de hel zoeven? Eigenlijk is de realisatie dát we op de verkeerde snelweg zijn beland al de eerste stap voor het beginnen van nieuwe wegwerkzaamheden. Recentelijk, na een goede sessie met mijn therapeute, realiseerde ik mij dat een van mijn eigen snelwegen een 8-baans exemplaar was dat steevast ertoe leidde dat ik me keislecht voelde over mezelf en mijn capaciteiten. Niemand had geboden op de schilderijtjes die ik voor een veiling had aangeboden? ZOEF! "Ze vinden mijn werk lelijk. Zie je wel, ik ben een waardeloze kunstenaar. Ik stel niets voor. Ik ben niets waard." Maar zijn deze gedachten waar? En zijn ze nuttig?

Nou wat het eerste deel betreft, ik weet wel dat ik geen Michelangelo ben. Maar 't is ook crisis. Dus wel mogelijk dat veel mensen minder uitgeven op een veiling. Of misschien was er toevallig geen deelnemer bij die mijn stijl van schilderen leuk vond. Dat wil nog niet zeggen dat ik een slechte schilder ben, alleen dat niet iedereen ervan houdt. Dus zijn die gedachten nuttig? Nah. Ik voel me alleen slecht erdoor en vergeet dat ik er juist ook een boel wél heb kunnen veilen en verkopen. Dus in plaats van die 8-baans weg op te zoeven en te denken 'zie je wel, ik ben waardeloos', kan ik beter op zoek gaan naar alternatieve routes. Zoals de 'je kan niet altijd mazzel hebben' weg. Of de 'ach ja het is crisis, kan iedereen overkomen' steeg. Let wel, ik ga dus niet de 'ja moar ik ben geniaal de rest ziet dat alleen nog niet' weg want ik weet 200% zeker dat die eindigt in een grote windbuil, en daar wil ik niet in terecht komen!

Terugkijkend heeft het allemaal te maken met mijn verleden, gepest worden als kind en een moeder hebben die het verlies van haar eerste kind nooit goed heeft kunnen verwerken. Ik dácht dat ik na een paar goede gesprekken met mijn oude plaaggeesten en een EMDR sessie met mijn moeder zaliger die ellende wel op de plank waar ze thuishoorde had gezet, maar blijkbaar werkt de infrastructuur van het menselijk brein zo niet. Ik ben dan weliswaar niet meer boos op degenen die me vroeger gepest hebben en ik heb het mijn moeder allemaal al lang vergeven, maar de dingen die zijn gezegd blijven nagalmen in mijn hoofd. "Jij hoort niet bij ons". "We willen jou niet in ons team". "Ons oudste zou me niet zo hebben teleurgesteld". "Je bent een teleurstelling". "Alle moeite jou op te voeden is vergeefs geweest".

Op de een of andere manier klinken in specifieke situaties, en met name als ik toch al een slechte dag heb, deze echo's nog wat harder en komen ze op de voorgrond, en op sommige dagen tetteren ze zelfs over alle positieve gedachten heen. Die dagen zuigen in het kwadraat. Op zulke dagen voel ik me echt totaal nutteloos, incapabel, een grote nul, en nergens bijhorend. Rechtstreeks afstevenend op die bakstenen muur (waarvan ik doorgaans ook al weet dat ie een knallende hoofdpijn gaat opleveren en mijn darmen helemaal in de knoop gaat leggen).

Het is vooral op dat soort dagen dat ik nodig een kruiwagen en een machete erbij moet nemen en me een weg moet hakken door al die negativiteit, al die shit in de goot moet scheppen waar ie hoort en mijn recht terug moet eisen om er te mogen zijn, mijn recht om te mogen falen zonder dat ik daarom een totale loser ben, mijn recht om te genieten, mijn recht om van mezelf te houden en me geliefd te voelen. En ook op andere dagen is er werk aan de winkel. Een complimentje krijgen of zelfs mezelf eens een schouderklopje geven kost nog steeds wat moeite en voelt wat raar, maar er wordt aan gewerkt. Dat 8-baans monster heeft nu al een paar stroken die voor verkeer zijn afgesloten, en er wordt druk aan afritten gewerkt. Sommige van die afritten zijn nog zandpaadjes, anderen zijn al met een eerste laag kiezel geplaveid, en ik ben er druk mee bezig ze allemaal te plaveien, ze met elkaar te verbinden en nog een paar wegversperringen op te werpen hier en daar zodat ik in de nabije toekomst niet meer zomaar volgas en zonder stoppen mijn hoogst eigen highway to hell kan afzoeven. En áls ik er al een deel opga, zullen er een aantal omleidingen beschikbaar zijn die me duidelijk laten zien dat er nog andere routes beschikbaar zijn.

Jep. Ik heb wegwerkzaamheden gepland staan. Het zal wel een zooitje worden, en er zullen ongetwijfeld wel de nodige foutieve berekeningen en constructiefoutjes komen, maar dat geeft niet, ik kom er wel. En als niets meer helpt, ga ik mijn hondjes knuffelen <3



Saturday, 12 January 2013

bankhangen...

In de ruimte waar ik me bevind zitten mensen op een bankje. Van waar ik me bevind, zie ik alleen maar hun knieën en benen. Een klein hondje, modelletje pincher, komt aanlopen en tilt zijn poot op om doodleuk tegen een van de benen op te piesen. Ik gier het uit. Er komt geluid door. Een stem. De nieuwslezeres van Studio Brussel. Update. Het is Elf Uur. Shit! Ik had met een van de katten naar de dierenarts willen gaan. 

Bij vlagen komt mijn wakkere ik ertussen. Ik wil mijn ogen opendoen, moet wakker worden, kom op, nu! Maar het lukt niet echt. Mijn ogen vallen weer dicht, het wordt weer donker. Een krakend geluid, alsof de voordeur op een kier staat en in de wind beweegt. Dat kan toch niet? Paniek. Mijn ogen willen niet open. Er is toch niemand binnen? Een indringer? Een gevoel van ontkoppeld zijn van de werkelijkheid overvalt me. Zou dit zijn wat er gebeurt als je doodgaat, schiet door me heen. Even helemaal niets, Jasses... ik schud met mijn hoofd.  Ergens gaan de juiste connecties hierdoor weer werken, want mijn ogen gaan ditmaal open en hoezee, ik ben weer wakker. Loom kijk ik om me heen. 

Het lijkt uren te duren vooraleer ik me de omgeving gewaar word. De zon schijnt buiten en komt binnen door mijn dunne gordijnen. De kast, met daarop Trees, het beeld van de Heilige Theresia dat door mijn vriend met rode was is bewerkt en van jolig lachende schedeltjes is voorzien. Mijn collectie deco ratten en kraaien. Het bankje onder het raam, waar Sid helemaal met zijn hoofd in een schapenvacht gedrukt ligt te snurken. Zoom in. Luka op mijn voeten. Haar lange galgoneus steunt op de salontafel. Nog dichterbij. Nog een galgohoofd, wit geworden door de jaren. Twee vredig dichtgeknepen oogjes, een grote dopneus en een paar lange hazenvoeten op mijn schouder. Iets daarnaast twee kattenheren, die mijn buik en borst bezet houden. Hun koppies zijn in de richting van mijn gezicht gedraaid. Naast me op de grond zijn twee grote hondenknuisten alles wat aangeeft dat zich achter de salontafel een kleine 60 kilo Nancy heeft uitgestrekt. 

Ik beweeg. De knuisten van Nancy strekken zich en trekken weer samen. Lange galgotenen worden in mijn schouder gedrukt. Twee amandelvormige ogen gaan open, gevolgd door een grote geeuw die een ongelofelijke meur op me af laat walmen. Oudehondebekkie, licht uremisch omdat ie graag zijn pito soigneert. Ernaast verschijnen twee paar kattenogen en gaan ook twee bekkies simultaan open. Visbekkies. Ik wend mijn hoofd even weg. Allemachtig wat een stank! Inmiddels is de rest van mijn lijf ook helemaal wakker. Honger, ik moet naar de wc, ga ik dit nog halen, moet me ook nog douchen... nee dus. Dat zal voor een andere keer worden met die dierenarts. Gelukkig is het niets dringends. 

Eenmaal gedoucht kijk ik in de woonkamer. Mijn plek op de bank is weer ingenomen, van het dekbedje wordt dankbaar gebruik gemaakt. Alle vier liggen ze weer totaal op apegapen. Zouden zij ook wel eens wazig wakker worden? Of zijn ze misschien gewoon permanent wazig? Ik moet er toch mee oppassen, dat bankhangen overdag. Dat kan ik maar beter aan de honden overlaten. Die hebben het tot kunstvorm verheven.